Pagina's

Zoeken in deze blog

zondag 13 september 2026

Dag 16: afscheid in Santiago en terug naar huis :(

 Ik was vrijdagavond als een blok in slaap gevallen om tien uur en werd de volgende ochtend om zes uur, geheel volgens de nieuwe routine, weer wakker. Toen pas merkte onrustig het hostel was; automatische lichten die telkens aan en uit gingen, mensen die op verschillende tijdens opstonden en de geluiden uit de gang die allemaal jn de dorms te horen waren. Het was een wonder dat ik niet wakker was geworden.

Ik bleef nog even woelen en vertrok daarna om acht uur richting het centrum, waar ik eindelijk mijn lieve Katie weer zou zien. Samen met Graeme hadden we een gezellig ontbijt met weer die lekkere café Bombon. Ik dacht dat Katie zo vroeg wilde meeten omdat ze een vroege bus naar Finisterre had geboekt, bleek dus dat die gek besloten had om met haar kapotte voeten in 31 graden te gaan lopen. Bij de kathedraal namen we afscheid van Graeme, ik zette Katie af bij de vvv en nam afscheid van haar. Het afscheid was fijn, we bedanken elkaar voor de fijne tijd samen, en ik was heel blij voor haar dat ze ook het mooie Finisterre zou gaan zien over een paar dagen. 

Van meerdere mensen hoorde ik dat het bijwonen van de mis in de kathedraal echt heel bijzonder is, dus besloot ik dat te doen. Toen ik eenmaal op een bankje binnen zat, kwamen de tranen. Het voelde echt als het einde. Daarna was de mis, die in het Spaans was en waar ik dus weinig van kon volgen. 

Na de mis liep ik naar Black Cat, een geweldig vegan café waar ik de heerlijkste pisto ooit at. Daarna slenterde ik nog wat rond, haalde ik een ijsje, en chillde ik nog even op het pleintje voor de kathedraal. Om vier uur liep ik naar de bushalte, waar ik Guido trof, een oude Belg die ik eerder in Olveiroa had ontmoet. Het inchecken ging snel, ik zat niet alleen in het vliegtuig met Wouter en Stephanie (dat wist ik al), maar ook met João, die in Amsterdam woonde en ook de primitivo had gedaan, en dus regelmatig tegen was gekomen.

Ik schrijf dit een dag later, ik ben inmiddels goed en wel terug in Rotterdam, maar met heftige post-Camino blues. Het was geweldig, het voelde alsof ik maanden weg was in plaats van 2,5 week, en ik moet echt weer even landen hier. 

Omdat ik vorige keer wat stats had gedeeld, hier die van deze trip: 

Aantal kilometers gehiket (dus exclusief wandelen door dorpjes en steden): 320 kilometer naar Santiago en 60 kilometer naar Finisterre 

- Aantal stappen gezet in Spanje: circa 601.289, samen goed voor 481 kilometer 

- aantal bedden in geslapen: 17

- aantal keer meer dan een kilometer verdwaald: 0 keer (!!!)

- aantal tourist traps in getuimeld: 1 (gore koekjes van the chocolat factory)


Dankjewel voor het lezen en tot de volgende trip <3

Camino dag 15: naar Finisterre, het einde van de wereld

Mijn zonsopgang ging niet helemaal zoals gepland, want de kust bleek uitzicht op het zuiden ipv het oosten te hebben. Alsnog was het wel mooi, en liep ik later in het bos met heel mooi goud licht. Ik kwam in Fisterra aan op een enorm strand, met een heerlijk zonnetje in mijn rug. Ik deed mijn schoenen uit, afritsbroek omhoog, en liep door de zee de kust of, terwijl ik de mooiste schelpen verzamelde. Het voelde gelijk al heel fijn om hier aan te komen. Daarna liep ik verder door het stadje, ook heel mooi en lekker rustig, en ontmoette ik Graeme voor het ontbijt. 

Daarna liep ik nog een paar kilometer door naar Finisterre, het eindpunt. Dit klinkt heel spiriwiri, maar het was echt een magisch moment om 0,00 kilometer op de richtingaanwijzer te zien staan, en naar het puntje van het vasteland te lopen. Ik was er zo vroeg, het was nog relatief rustig (ik had hordes toeristen verwacht maar dat viel enorm mee), en ik hoefde me niet meer te haasten naar de volgende Albergue. Ik voelde me tevreden en verdrietig dat mijn Camino nu echt over was. Ik ging zitten op de rotsen en keek uit op oceaan, alleen maar oceaan en verder niks. Totdat ik een hoofdje omhoog zag komen uit de rotsen onder me. Het hoofdje keek me een paar seconden aan en begon toen vrolijk te zwaaien. Het was de snurker van afgelopen nacht. Hij had me waarschijnlijk ongemerkt ingehaald toen ik in een hyperfocus schelpen aan het zoeken was, of toen ik aan het ontbijten was met Graeme. De snurker liep op me af en stelde zich voor als Miguel. Miguel bleek naast een snurker, ook een heel aardige jongen te zijn. We kletsten wat, haalden biertjes en genoten van het uitzicht. Daarna ging ik lunchen bij Etel&Pan, een schattig zaakje met allemaal lokale ingrediënten en vegetarische opties en ging Miguel inchecken in zijn hostel. Even later ging ik naar de supermarkt en liep ik hem tegen het lijf. We besloten samen ergens te gaan zitten en uiteindelijk kwamen we terecht bij een geheim “strand”, wat neerkwam op een stel grote rotsen waar je alleen via een olifantenpaadje door de bosjes kon komen. Het water was prachtig helder en heerlijk koel. Het voelde als zo’n fijne afsluiter van de Camino. 

Om kwart over vijf liep ik naar het busstation, waar ik een half uur later de bus terug naar Santiago zou hebben. Eindelijk even bijslapen, dacht ik. Maar nee, ik raakte in gesprek met een superleuke pelgrim en hadden een heel gezellige busreis samen. In Santiago moest ik nog vijftig minuten lopen naar mijn hostel; omdat ik zo laat had geboekt was er verder niks betaalbaars meer. Er was die avond een muziekfestival waardoor het er nóg drukker was dan een normale vrijdagavond. Ik was inmiddels doodop en besloot Katie te ditchen en te gaan slapen. 

Camino dag 14: naar San Roque

 Om kwart over zes stond ik op om naar de wc te gaan, en kwam ik erachter dat iedereen al vertrokken was. Ik besloot ook maar te gaan lopen, omdat het geen zin had om nog terug te gaan slapen, terwijl ik om acht uur moest uitchecken. 

Het was een fijne dag, de stokken hielpen heel erg en ik had eigenlijk bijna geen pijn meer. Bij het ontbijt kwam ik Wouter en Stephanie tegen, een heel grappig Nederlands koppel. Later liep ik ook Peter and Gigi voorbij. Ik kwam liep een stukje met Graeme, maar omdat hij tot aan Finisterre wilde lopen, liep hij op den duur in vlot tempo door. Na zo’n twintig kilometer kwam ik aan in Corcubion, deed ik mijn bikini aan en plonsde ik in de oceaan. Dat was een heel fijn en bijzonder moment. 

Om kwart voor twee kwam ik veel te vroeg aan bij de Donativo, ik kon nog wel verder, maar ik wilde mijn voeten niet pushen, én ik had goede reviews gelezen over deze Albergue. Gelukkig was er maar een ander iemand aan het wachten, en was een plekje dus gegarandeerd.

Mijn tijd in de Albergue voelde uiteindelijk ongemakkelijk, iedereen sprak Spaans en ik voelde me te moe om Spaans te spreken, waardoor ik niet echt aansprak had. Een van de gasten was een enorme snurker, waardoor ik beneden op de bank ging slapen waar ik hem nog steeds in de verte hoorde, en wakker werd gehouden door een mug. De volgende ochtend zou het ontbijt om half acht zijn, maar ik was al veel eerder wakker en wilde liever een mooie zonsopgang bij het strand meemaken dan een ongemakkelijk ontbijt met mensen met wie ik toch niet kon communiceren. Ik vervolgde mijn weg…

woensdag 9 september 2026

Camino dag 13: Negreira naar Olveiroa

 Wat heb ik vannacht heerlijk geslapen! Ik werd om kwart over zeven wakker na een volle nacht ononderbroken doorgeslapen te hebben. Lieve lieve Silvia wilde me wel even wat verderop afzetten op de route van vandaag, zodat ik geen 34 maar 25 kilometer hoefde te lopen. Toch wel fijn met een pijnlijke voet.

Op het gemakje dronken we een koffie in een barretje waar je churros en chocoladebroodjes bij je koffie krijgt. Silvia klokte drie grote koffies weg, en na haar laatste slok zuchtte ze: “zo, nu ben ik wakker.” Om kwart over negen zwaaide ik haar uit en begon ik aan mijn wandeling. Al snel merkte ik dat mijn linkervoet nog steeds heel pijnlijk was, alsof ik op mijn botten liep en mijn schoen een maat te klein was. Gek genoeg was met mijn rechtervoet niks aan de hand. Ik besloot toch maar te switchen naar slippers. Ik merkte dat de pijn ook niet goed was voor mijn humeur, ik baalde vooral dat ik niet aan Silvia had gevraagd om me wat verder af te zetten, omdat ik alleen maar over harde wegen liep, in plaats van een gaaf bos ofzo. Het lukte me niet goed om de prachtige omgeving in me op te nemen. Na een paar uur haalde Graeme me in, zag hoe ik aan het sukkelen was, en deed wat interventies: ibuprofen, teen met blaar intapen (geen wandelwol of compeed, dat zorgde alleen maar voor nog minder ruimte), wat tijgerbalsem op de zere pees, en… ik mocht zijn wandelstokken gebruiken. En echt, ik begrijp nu waarom mensen zo’n fan zijn van die idiote dingen. Ze veranderen je echt in een berggeit. Het haalde serieus zóveel druk weg van mijn voeten. Ik ben nu bekeerd tot nordic walker. Ik wil mijn eigen setje.

We stopten ergens voor lunch. In Spanje is het gebruikelijk dat restaurants een menu voor een vaste prijs aanbieden, en op de Camino’s zijn veel special pelgrimmenu’s die ik altijd een beetje klef vind voor vegetariërs, en meestal dus ook vermijd. Bij dit restaurant waren echter goede opties: lentejas als voorgerecht (mijn fave), rijst met groenten als tweede gerecht en flan als toetje. Het was heerlijk en zo vullend dat ik mijn rijst niet eens op kreeg. Ik zat de rest van de middag bomvol. Graeme stopte in een dorpje voor het officiële eindpunt van de etappe, omdat hij daar een privékamer kon krijgen. Deze sloeber liep nog twee kilometer door naar de gemeentelijke Albergue, maar ik mocht Graeme’s wandelstokken meenemen. 

Ik kwam iets voor zessen pas aan, maar gelukkig was er nog plek. Ik nam een sandwich met groenten bij het cafeetje naar de Albergue en haalde koekjes voor de volgende dag.

Ik weet niet hoe ver ik morgen ga lopen, ik wil niet over mijn fysieke grenzen heen blijven gaan en hoewel het lopen met de interventies een stuk makkelijker gaat, is het alsnog niet ideaal. Het oorspronkelijke plan voor morgen is twintig kilometer en vrijdag dertien, waarna ik de bus terug naar Santiago pak om daar te slapen en de volgende dag terug te vliegen. We gaan het zien!

Camino dag 12: naar Santiago de Compostela!

 Gisterochtend werd ik rond zes gebroken wakker, en met het luide gesnurk op de achtergrond pakte ik mijn tas in. Ik besloot rustig te ontbijten, omdat ik maar tien kilometer te gaan had en ik niet in het donker wilde aankomen. Iets na zeven vertrok ik. Al snel kwam ik Marcus tegen, die midden op de weg op zijn rugzak zat met een sigaret. Ik liep door, omdat ik op de een of andere manier voor het eerst heel veel zin had om muziek te luisteren. Met hitjes uit allerlei decennia liep ik op mijn doel af, ik voelde me energiek, en er was een prachtige roze zonsopkomst. Graeme zou me opwachten bij het eindpunt, en ook dat vond ik een heel fijn idee. Ik voelde me zo vrolijk en blij dat ik nog maar zo kort te gaan had, blij dat ik daarvoor zulke lange dagen had gemaakt zodat ik nog maar tien kilometer hoefde en niet in de drukte van de middag zou aankomen. 

Toen ik het oude centrum van Santiago inliep, kreeg ik ineens een zeurende pijn in mijn linkervoet. Het voelde heel plotseling en acuut, maar omdat het echt nog maar een paar minuten was, liep ik door. Het plein voor de kathedraal was nog vrij uitgestorven toen ik om twintig over negen aankwam. Ik had Graeme, die stiekem foto’s aan het nemen was van het moment, al snel in de smiezen. Ik was blij er te zijn, maar niet euforisch, en werd vooral heel praktisch: schoenen uit, slippers aan, snel het certificaat ophalen en en nieuwe credencial voor de Camino Fisterra, hup hup. Daniel kwam ook aangelopen, ik knuffelde hem snel, en haalde mijn certificaat op. Daarna gingen we met z’n drieën ontbijten bij een cafeetje dat Daniel had uitgezocht, ik was heel enthousiast omdat ik  iced matcha strawberry op de menukaart op Google maps had gezien. Helaas was die er niet meer, dus ging ik voor een café bombon, die echt verrukkelijk was. Zo fijn om na al die tijd weer eens écht goede koffie te hebben. Ik geheel in yuppiestijl te blijven, nam ik er een avo toast bij. Ik merkte vooral hoe vermoeid ik was, niet op een vervelende manier, ik voelde me ontspannen, maar het was allemaal een beetje anticlimactisch. Na het ontbijt begon Graeme aan zijn Camino Fisterra. Ik had het plan om voor een stukje de bus te pakken, dus ik bleef nog even met Daniel hangen in Santiago. Graeme nam mijn credencial mee zodat hij onderweg voor me kon stempelen. We besloten terug naar het plein te lopen, waar het steeds drukker werd, en kwamen veel bekenden tegen. Toen kwam dat speciale gevoel alsnog. Het begon inmiddels flink te regenen, en we keken hoe mensen echt verzopen maar zingend aankwamen. Daarna at ik met een groepje bekenden wat bij een leuk barretje en dronken we café liquor. Dat is blijkbaar typisch voor Galicië en elke bar maakt zijn eigen versie. Het staat nooit op de menukaart, maar als je ernaar vraagt heeft eigenlijk elke bar het. Silvia, een Duitse die ik een paar keer had gezien of gesproken, zei dat ze een auto ging huren om terug naar Oviedo te rijden, en dat ze me wilde afzetten in Negreira en daar zelf ook wilde slapen, omdat ze niet in Santiago wilde blijven. Ik dacht eerst dat ik het niet goed begrepen had, want Negreira is 20 kilometer de andere kant op, maar ze meende het. Wat een geluk! We namen afscheid van de rest en ik voelde me heel warm vanbinnen (net zoals mijn voet). Zulke leuke mensen, allemaal met hun eigen verhaal, met wie ik zo’n fijne tijd heb gehad, en die ik misschien wel nooit meer zou zien, en dat was helemaal oké. Silvia en ik vervolgden onze weg naar het autoverhuurbedrijf.

Inmiddels deed mijn linkervoet zoveel pijn en leek het ook of die twee keer zo groot was geworden, dat ik zoveel mogelijk mijn schoen uitdeed, omdat die aanvoelde als een voetkorset. Toen Silvia wat papierwerk aan het invullen was voor de auto, hield ik het echt niet meer uit en ging ik alvast in de auto zitten zodat ik mijn schoen uit kon doen. 

We belandden na een ritje van zo’n twintig minuten in een superfijn hostel, en we kregen een échte handdoek! Dat voelde echt als een luxe. Samen met Graeme aten we wat en het was heel gezellig. Bij de supermarkt haalde ik was fruit en sojayoghurt voor de volgende dag, en terug in het hostel ging ik al snel slapen, want ik was inmiddels doodop.


dinsdag 8 september 2026

Camino dag 11: naar Lavacolla

Gisteren werd ik alweer om kwart voor zes wakker en was ik om half zeven en route. Al snel liep ik tussen zwermen mensen. Waar ik tijdens de Primitivo hier en daar wat mensen inhaalde, was het nu vollebak. Het was een kudde aan toeristen, en ik was er onderdeel van. Het voelde overweldigend en ik wilde me wegmaken, maar de sliert wandelaars hield maar niet op. Pas na de middag, toen ik voorbij het officiële eindpunt van de etappe was, werd het rustig. Helaas waren mijn voeten ook moe, maar ik had een Spaanse pelgrim al een reservering voor me laten maken.

Na 31 kilometer bereikte ik mijn hostel in Lavacolla, met een heerlijk grote tuin. Ik ontmoette er Thomas en Fernando, een enorm komisch duo uit London. Ze waren ooit collega’s en Fernando, van oorsprong een Galego, had Thomas op sleeptouw genomen. Vooral Fernando hield wel van een praatje, vooral met zijn bedbuurvrouw (me).

In het kleine winkeltje tegenover het hostel haalde ik ciabatta, pesto en tomaat, en natuurlijk mijn sojamelk, die ik mengde met zakjes colacão (de Spaanse Nesquick) die ik van het ontbijtbuffet eerder had gejat. Daarna genoot ik van het avondzonnejte in het gras in de enorm tuin, en werd ik vergezeld door een kat. Ik las de national geographic en ging daarna slapen. Of, een poging tot. Er was een snurker, die zo ziekelijk had snurkte, echt zoals ik me het geluid van manbearpig inbeeld. Het klonk ongezond, zo hard was het. Ik zag dat mijn kamergenoten er ook wakker van lagen. Met een pen kietelde ik soms zijn voeten, waarna het gesnurk even stopte, maar al snel weer doorging. Ook Fernando snurkte, maar die had me toestemming gegeven om hem dan met een kussen te slaan. Terwijl ik in bed lag, merkte ik ook dat Fernando aan mijn slaapzak zat, toen ik me slaapdronken omdraaide en vroeg wat hij deed, zag ik dat hij op de rand van zijn bed zat en zei dat mijn slaapzak half op de grond lag en hem terug op mijn bed wilde leggen. Dat was ook zo, en hoewel ik hem er wel voor aanzag om dat uit aardigheid te doen, vond ik het toch een beetje creepy. 

Uiteindelijk sliep ik slecht en werd ik me een flink slaaptekort wakker de volgende ochtend. Wordt vervolgd…


Camino dag 10: naar Ribadiso

 Na de korte dag gevolgd door een fijne nacht in het boshuisje en een goed ontbijt, begon ik met frisse energie aan mijn tiende wandeldag. Na een paar kilometer haalde Emiel me in, die had uitgeslapen en in ene hostel verderop had geslapen. Ik had Emiel in Asturias ontmoet, wat nu al als weken geleden voelt, maar waarschijnlijk was het nog geen week geleden. We liepen een stukje samen en dronken een koffie, maar omdat hij veel sneller liep dan ik, namen we afscheid. Hij komt volgende week naar Rotterdam om een vriendin op te zoeken, maar zag in mij een goede gids voor wanneer zij overdag aan het werk is. 

Mijn plan was om naar Melide te lopen - dit is het punt waarop de Camino primitivo samenkomt met de Camino Francès, en zou 28 kilometer lopen zijn. Toen ik daar eenmaal aankwam was het nog best vroeg en ik voelde dat ik nog wel wat energie in de benen had. Ik merkte ook dat het gelijk veel drukker was en na negen dagen rust was ik nog niet klaar voor de mensenmassa’s van de Francès. Ik loop door naar Boente, waar ik langs het terras van het hostel liep waar wat bekenden zaten, maar ik voelde me nog niet moe. Ik heb geen idee waarvan ik gisteren bezeten was, of misschien was het gewoon mijn ovulatiedag, of het feit dat ik eindelijk een korte dag en lange nacht had, maar uiteindelijk heb ik veertig kilometer naar Ribadiso gelopen. Ik was door andere pelgrims lekker gemaakt voor de albergue daar, die was blijkbaar een van de beste van de hele Camino, inclusief een verkoelend beekje en al. Toen ik er aankwam leek het eerder op een schoolkampgebouw uit de vorige eeuw, en het beekje was zo ondiep dat je er net kon pootjebaden. Alsnog was ik blij dat ik de afstand had afgelegd, want vanaf hier was het nog maar 40 kilometer lopen naar Santiago. Ik at lentejas in het restaurant ernaast en viel niet lang daarna in slaap. 

zaterdag 5 september 2026

Camino dag 9: naar San Romao

 Vanmorgen werd ik om kwart voor zes wakker, en besloot ik om gelijk maar op te staan. Ik was de avond ervoor vergeten dat ik ook sojamelk had gekocht, normaal drink ik een halve liter de avond ervoor en een halve liter als ontbijt, dus nu klokte ik in een keer zoveel mogelijk weg. Om iets voor zeven liep ik naar buiten en al snel werd ik verrast door een regenbui die nog geen vijf minuten duurde. Graeme haalde me in, maar hij had al snel door dat we niet in dezelfde mood waren, en liep verder met zijn show tunes in zijn oren. 

Ik voelde me vanmorgen zo moe en mijn voeten deden pijn. De lange dagen gecombineerd met slaaptekort maakten dat ik wéér zo’n snikhete dag -34 graden- er even niet bij kon hebben. Na 18 kilometer, om iets na twaalven kwam ik aan in San Romao en ik besloot om daar te blijven: het was nog niet bloedheet en ik voelde dat ik rust nodig had. In het cafeetje trakteerde Simon me op een koffie, omdat ik hem eerder een maiswafel en koekjes had gegeven, en deelde ook nog de helft van zijn croissant met me. Daarna liep ik nog tien minuten naar de albergue, die om 1 uur zou opengaan. Er wachtten maar twee anderen (twee cheaters die de bus hadden genomen), en terwijl ik dit schrijf om vijf uur, zijn we nog steeds maar met zijn drietjes. De albergue is echt de schattigste waar ik tot nu toe ben geweest - het is een soort iniminie boshuisje van steen met een keukentje en zes stapelbedden. De douche en wc zitten in een apart huisje ernaast. Omdat het van steen is, is het hier heerlijk koel. Het huisje ligt aan de wandelroute, met uitzicht op maisvelden en daarachter een bos. Verder staan hier nog twee huizen en een andere albergue en verder niks. Ik heb mijn gebruikelijke dingen gedaan: douche, handwas, dutje, snackjes eten. Er is hier verder weinig en omdat het zo heet is hoef ik ook niet per se naar buiten. 

Ik merkte vandaag ook hoe enorm veel honger ik heb, of eerder een tekort aan energie dat mijn lichaam nu wil aanvullen. Katie had me eerder een soort instant pasta met roomsaus gegeven, die ik nu eindelijk heb klaargemaakt. Verder maakte ik eindelijk mijn zakje bananenchipjes en mijn rol koekjes op. In het hostel hiernaast is een dagmenu, dus daar ga ik straks even eten. 

Mijn caminofamilie is inmiddels verspreid over de route: een paar mensen hebben een rustdag in Lugo, en veel zijn doorgelopen naar Ferreira of het dorp erna. Grote kans dus dat we elkaar pas weer in Santiago zien, wat vanaf hier nog 80 kilometer lopen is. 

Ik heb ook geprobeerd om alvast een plannetje te maken voor na Santiago, wat enorm frustrerend blijkt, omdat ik een dag tekort kom om naar Finisterre te lopen. Ik dacht in eerste instantie dat ik minstens 15 dagen nog had om de primitivo te lopen, maar nu ik waarschijnlijk al op dag 13 in Santiago aankom, heb ik ineens mogelijkheden om nog wat anders te doen, die ik nu per se wil benutten. Helaas is ergens nog een dag “eten” echt geen optie, daar ben ik veel te afgepeigerd voor. Ik probeer dus een puzzel te leggen waarvan een stukje mist, dat is behoorlijk irritant, maar goed, ik kom er wel uit. 

Camino dag 8: naar Lugo

Vandaag was de grote dag: de langste én nu ook nog de warmste dag van de Camino: er was 36 graden voorspeld in Lugo. Om vijf uur ging mijn wekker en veertig minuten later liep ik naar buiten. Ik vond het toch wel eng om in mijn eentje het bos in te gaan, dus ik wachtte een kwartier op een bankje bij de ingang totdat ik een pelgrim met een hoofdlamp zag aanlopen. Het voelde toch veiliger om te weten dat er iemand achter me liep. Zo’n anderhalf uur later begon het licht te worden en had ik al flink wat kilometers in te benen.

Tijdens een korte pauze liep Graeme langs, mijn camino papa, en samen liepen we verder. De temperatuur bleef behapbaar tot een uur of 12; toen begon het écht warm te worden. Gelukkig hoefden we toen al niet meer zo ver. Op het laatst sloot Louise aan, een bijzonder irritante vrouw die graag heel veel praatte en zeurde en op de vraag waar we vandaan kwamen na, geen enkele vraag aan ons stelde. Godzijdank wilde ze niet aansluiten bij ons plan om te lunchen bij een vegan restaurant. 

Om kwart voor twee, 30 kilometer verder, gooide ik mijn tas neer in de albergue, nam een douche (ik meurde behoorlijk), en ging ik naar het restaurant, waar ik zou gaan lunchen met mijn camino familie (Graeme, Katie, en Daniel). Het eten was oké, maar heel “gezond”, terwijl ik juist even lekker wilde bunkeren. Ik voelde mezelf echt inkakken, maar besloot toch een stukje mee te lopen over de oude Romeinse muur. Daarna strompelde ik in de hitte terug naar mijn albergue, waar ik een heerlijk dutje deed. 

‘s avonds besloot ik niet mee de stad in te gaan om wat te drinken, maar wat te eten voor mezelf te halen. Ik haalde een Galicische cheesecake en deed boodschappen bij Froiz- wat echt een avontuur was: het was een soort kleine hypermarché met allerlei gekke afdelingen. Ze hadden er ook gerookte tofu, maar helaas zat ik daar te vol voor. Ik haalde brood, hummus, fruit en wat snackjes voor de volgende dag. Ik ging voor mijn doen laat slapen - pas om half elf, maar viel gelukkig snel in slaap.


vrijdag 4 september 2026

Camino dag 7: naar O Cavado

 Ik schrijf deze post een dag later en om eerlijk te zijn weet ik weinig meer: ik begon de dag vroeg, om 7 uur, met Espiral, een spirituele pelgrim. Samen zongen we liedjes en dronken we koffie bovenaan de berg, met een pelgrim die een gasbrandertje bij zich had. 

De tweede stop was bij een café en ik besloot een stukje alleen verder te lopen. Ik merkte dat ik langzamer was dan de dag ervoor, maar kon niet helemaal plaatsen waarom. Ik denk dat het slaaptekort zijn tol begon te eisen. Na mijn derde stop liep ik het laatste stuk verder met een rechter uit Engeland, die veel casussen mbt migratie deed. Om een uur of vier kwam ik aan in de albergue en gelukkig was er nog plek. 

Marcus had gekookt, dus ik hoefde gelukkig alleen maar naar de winkel om wat proviand voor de volgende dag te halen (plus wat items om de stoelgang te bevorderen). Terwijl ik mijn bed aan het opmaken was kwam er een jongen giechelend op me af, en stortte hij zich in het bed in het onderste stapelbed. Toen ik zei dat dat volgens mij niet zijn bed was, stond hij lachend op en zei hij dat het de nicotine in zijn sigaret was, en liet hij me de uitgedrukte peuk tussen zijn vingers zien. Hij bleek bipolair te zijn en was die dag stiekem de camino begonnen. Helaas was het een kort avontuur, want zijn vader kwam hem even later ophalen met de auto.

Ik was echt doodop, en ging om negen uur al slapen. De volgende dag zou bloedheet worden, dus ik was van plan om vroeg op te staan…