Wat heb ik vannacht heerlijk geslapen! Ik werd om kwart over zeven wakker na een volle nacht ononderbroken doorgeslapen te hebben. Lieve lieve Silvia wilde me wel even wat verderop afzetten op de route van vandaag, zodat ik geen 34 maar 25 kilometer hoefde te lopen. Toch wel fijn met een pijnlijke voet.
Op het gemakje dronken we een koffie in een barretje waar je churros en chocoladebroodjes bij je koffie krijgt. Silvia klokte drie grote koffies weg, en na haar laatste slok zuchtte ze: “zo, nu ben ik wakker.” Om kwart over negen zwaaide ik haar uit en begon ik aan mijn wandeling. Al snel merkte ik dat mijn linkervoet nog steeds heel pijnlijk was, alsof ik op mijn botten liep en mijn schoen een maat te klein was. Gek genoeg was met mijn rechtervoet niks aan de hand. Ik besloot toch maar te switchen naar slippers. Ik merkte dat de pijn ook niet goed was voor mijn humeur, ik baalde vooral dat ik niet aan Silvia had gevraagd om me wat verder af te zetten, omdat ik alleen maar over harde wegen liep, in plaats van een gaaf bos ofzo. Het lukte me niet goed om de prachtige omgeving in me op te nemen. Na een paar uur haalde Graeme me in, zag hoe ik aan het sukkelen was, en deed wat interventies: ibuprofen, teen met blaar intapen (geen wandelwol of compeed, dat zorgde alleen maar voor nog minder ruimte), wat tijgerbalsem op de zere pees, en… ik mocht zijn wandelstokken gebruiken. En echt, ik begrijp nu waarom mensen zo’n fan zijn van die idiote dingen. Ze veranderen je echt in een berggeit. Het haalde serieus zóveel druk weg van mijn voeten. Ik ben nu bekeerd tot nordic walker. Ik wil mijn eigen setje.
We stopten ergens voor lunch. In Spanje is het gebruikelijk dat restaurants een menu voor een vaste prijs aanbieden, en op de Camino’s zijn veel special pelgrimmenu’s die ik altijd een beetje klef vind voor vegetariërs, en meestal dus ook vermijd. Bij dit restaurant waren echter goede opties: lentejas als voorgerecht (mijn fave), rijst met groenten als tweede gerecht en flan als toetje. Het was heerlijk en zo vullend dat ik mijn rijst niet eens op kreeg. Ik zat de rest van de middag bomvol. Graeme stopte in een dorpje voor het officiële eindpunt van de etappe, omdat hij daar een privékamer kon krijgen. Deze sloeber liep nog twee kilometer door naar de gemeentelijke Albergue, maar ik mocht Graeme’s wandelstokken meenemen.
Ik kwam iets voor zessen pas aan, maar gelukkig was er nog plek. Ik nam een sandwich met groenten bij het cafeetje naar de Albergue en haalde koekjes voor de volgende dag.
Ik weet niet hoe ver ik morgen ga lopen, ik wil niet over mijn fysieke grenzen heen blijven gaan en hoewel het lopen met de interventies een stuk makkelijker gaat, is het alsnog niet ideaal. Het oorspronkelijke plan voor morgen is twintig kilometer en vrijdag dertien, waarna ik de bus terug naar Santiago pak om daar te slapen en de volgende dag terug te vliegen. We gaan het zien!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten